FILIPINO MARTIAL ARTS

RENBUKAN

 

FILIPINO MARTIAL ARTS (FMA)

Filipino Martial Arts is de verzamelnaam die men gebruikt voor alle gewapende en ongewapende Filippijnse

krijgskunsten. Men gebruikt voor deze krijgskunst ook wel de termen "Eskrima", "Arnis" of "Kali".

 

De termen "Eskrima" en "Arnis" verwijzen naar de gewapende vechtkunst van stok (baton), zwaard/manchete

(espada) en mes (daga). "Kali" is afkomstig van het woord "Kamot Lihok" wat “lichaamsbeweging" betekent.

 

Pangamut is de algemene benaming voor de Filippijnse ongewapende krijgskunst.

Pangamut bestaat uit Panantukan (Filippijns boksen), Dumog (worstelen), Pananjakman (trappen en vegen) en

Kino Mutai (bijten met de tanden en steken in de ogen). Het wordt beschouwd als een straatgericht systeem en niet

als sport omdat men gebruik maakt van de vuisten, ellebogen, kopstoten, schouders, knieën en lage traptechnieken.

De doelen zijn vaak ledematen of gewrichten zoals de biceps, triceps, ogen, oren, neus, kaak, slaap, kruis, ribben,

ruggegraat, nek en knieën.

 

Pangamut wordt gekenmerkt door 2 belangrijke principes: "gunting" en "kaukit".

Gunting is de schaarvorming beweging die men maakt om de ledematen of de gewrichten aan te vallen.

Kaukit of foottrapping wordt gebruikt om de aanvaller uit evenwicht te brengen.

Daarbij staat men vaak met 1 voet op een voet van de aanvaller en manipuleert men het bovenlichaam of

onderlichaam.

 

Zoals in de Filippijnen leert men tijdens onze trainingen ook eerst werken met eskrima stokken (enkele stok /

dubbel stokken), waardoor men zowel rechts- als linkshandig preciezer gaat worden. Deze stokken worden

gebruikt ter vervanging van de scherpe manchete om kwetsuren te vermijden.

Daarna leert men de verdediging tegen mesaanvallen om tenslotte over te gaan naar het Pangamut.

Tijdens de trainingen leer je dat de stok, mes of pocketstick makkelijk kan vervangen door iets anders in de hand,

ongeacht de lengte of vorm. Op deze manier leer je om elk geïmproviseerd voorwerp te gebruiken als wapen. We

zijn bijna altijd omringd door potentiële wapens. Asbakken, mobiele telefoons, pennen, sleutels, ... zo ongeveer

alles wat je kunt grijpen kan je gebruiken als een wapen.

De mentaliteit om een potentieel wapen te herkennen en de vaardigheden om dit als een wapen te gebruiken, is

een groot voordeel in een situatie van zelfverdediging.

 

In tegenstelling tot andere krijgskunst systemen waarbij eerst ongewapende vaardigheden worden aangeleerd

vooraleer men met wapens gaat trainen, beoefent men in de FMA net het omgekeerde. Door allereerst te oefenen

met wapens leert men gebruik maken van bewegingen, reflexen, instincten en snelheid die men ook in het

ongewapend systeem leert toepassen. Daardoor leert men sneller zelfverdediging aan.

 

De trainingen verlopen vlot met veel afwisseling. In een korte tijd leert men aanvallen, verdedigingen en

behendigheid met handwapens. Omdat FMA zeer omvangrijk is door zijn vele verschillende stijlen, vindt iedereen

wel wat hij zoekt binnen het systeem op gebied van verdediging.

Het is een perfect systeem dat zowel ongewapende als gewapende situaties kan behandelen.

Maar denk eraan: geen enkel wapen is gevaarlijk.

Het is enkel de persoon die het wapen hanteert, die gevaarlijk kan zijn!